Fasenra 30mg Orifarm Opl Inj Voorgev. Pen 1x1ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Fasenra 30mg Orifarm Opl Inj Voorgev. Pen 1x1ml

  € 2.274,95

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 12,80 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 8,50 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Terugvinden herkomst Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Astma-exacerbaties Fasenra mag niet worden gebruikt voor de behandeling van acute astma-exacerbaties. Patiënten moeten worden geïnstrueerd om medisch advies in te winnen als hun astma niet onder controle blijft of erger wordt na het begin van de behandeling. Corticosteroïden Abrupte beëindiging van corticosteroïden na de start van de Fasenra-behandeling wordt niet aanbevolen. Indien nodig dient een verlaging van de corticosteroïddosering geleidelijk en onder het toezicht van een arts uitgevoerd te worden. Overgevoeligheidsreacties Acute systemische reacties, waaronder anafylactische reacties en overgevoeligheidsreacties (bijv. urticaria, papuleuze urticaria, huiduitslag), zijn opgetreden na toediening van benralizumab (zie rubriek 4.8). Deze reacties kunnen binnen enkele uren na de toediening optreden, maar in sommige gevallen kunnen ze met vertraging optreden (d.w.z. dagen). Een voorgeschiedenis van anafylaxie niet gerelateerd aan benralizumab kan een risicofactor zijn voor anafylaxie na toediening van Fasenra (zie rubriek 4.3). In overeenstemming met de klinische praktijk dienen patiënten na toediening van Fasenra gecontroleerd te worden gedurende een gepaste periode. In het geval van een overgevoeligheidsreactie moet Fasenra permanent worden stopgezet en moet een passende behandeling worden geïnitieerd. Parasitaire (worm)infectie Eosinofielen kunnen een rol spelen bij de immunologische respons op sommige worminfecties. Patiënten met een bekende worminfectie werden uitgesloten van deelname aan de klinische onderzoeken. Het is niet bekend of benralizumab de respons van de patiënt op worminfecties kan beïnvloeden. Patiënten met een reeds bestaande worminfectie moeten worden behandeld vóór het begin van de behandeling met benralizumab. Als patiënten geïnfecteerd raken tijdens de behandeling en niet reageren op de anti-wormbehandeling, moet de behandeling met benralizumab worden gestopt tot de infectie verdwenen is. Orgaanbedreigende of levensbedreigende EGPA Fasenra is niet onderzocht bij patiënten met actieve orgaanbedreigende of levensbedreigende verschijnselen van EGPA (zie rubriek 4.2).

4.1 Therapeutische indicaties Astma Fasenra is geïndiceerd als aanvullende onderhoudsbehandeling bij volwassen patiënten met ernstig eosinofiel astma die onvoldoende onder controle is ondanks hoog gedoseerde inhalatiecorticosteroïden en langwerkende β-agonisten (zie rubriek 5.1). Eosinofiele granulomatose met polyangiitis (EGPA) Fasenra is geïndiceerd als aanvullende behandeling voor volwassen patiënten met recidiverende of refractaire eosinofiele granulomatose met polyangiitis (zie rubriek 5.1).

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Er zijn geen interactiestudies uitgevoerd. In een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie met 103 patiënten met een leeftijd tussen de 12 en 21 jaar met ernstig astma, lijkt de humorale antilichaamrespons geïnduceerd door seizoensgebonden influenzavirusvaccinatie niet beïnvloed te worden door behandeling met benralizumab. Een effect van benralizumab op de farmacokinetiek van gelijktijdig toegediende geneesmiddelen wordt niet verwacht (zie rubriek 5.2). Cytochroom P450-enzymen, effluxpompen en eiwitbindende mechanismen zijn niet betrokken bij de klaring van benralizumab. Er is geen bewijs van IL-5Rα-expressie op de hepatocyten. Depletie van de eosinofielen leidt niet tot chronische systemische veranderingen in pro-inflammatoire cytokinen.

De volgende bijwerkingen zijn tijdens klinische onderzoeken met benralizumab bij astma en EGPA en uit postmarketingervaring gemeld. De frequentie van bijwerkingen wordt gedefinieerd als: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst. Tabel 1. Tabel met lijst van bijwerkingen MedDRA Systeem/orgaanklasse Bijwerking Frequentie Infecties en parasitaire aandoeningen Faryngitisa Vaak Immuunsysteemaandoeningen Overgevoeligheidsreactiesb Vaak Anafylactische reactie Niet bekend Zenuwstelselaandoeningen Hoofdpijnc Vaak Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Pyrexie Vaak Reactie op de injectieplaatsd a. Faryngitis is gedefinieerd door de volgende gegroepeerde voorkeurstermen: 'Faryngitis', 'Bacteriële faryngitis', 'Virale faryngitis', 'Streptokokkenfaryngitis'. b. Overgevoeligheidsreacties zijn gedefinieerd door de volgende gegroepeerde voorkeurstermen: 'Urticaria', 'Papuleuze urticaria' en 'Rash'. Voor voorbeelden van de gemelde bijbehorende verschijnselen en een beschrijving van de tijd tot begin, zie rubriek 4.4. c. Zeer vaak in het EGPA-studie d. Zie "Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen" Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Reacties op de injectieplaats In placebogecontroleerde astmastudies traden reacties op de injectieplaats (bijv. pijn, roodheid, jeuk, papels) op met een frequentie van 2,2% bij patiënten die behandeld werden met de aanbevolen dosis benralizumab in vergelijking met 1,9% bij patiënten die werden behandeld met placebo. De reacties waren van voorbijgaande aard. Veiligheid op de lange termijn In een extensiestudie van 56 weken (studie 4) bij patiënten met astma van de studies 1, 2 en 3, werden 842 patiënten behandeld met Fasenra in de aanbevolen dosis en bleven in de studie. Het algemene veiligheidsprofiel was vergelijkbaar met dat van de hierboven beschreven astmastudies. Daarnaast werden in een 'open label'-extensiestudie naar de veiligheid (studie 5) bij patiënten met astma uit eerdere studies 226 patiënten behandeld met Fasenra in de aanbevolen dosis gedurende maximaal 43 maanden. In combinatie met de behandelingsperiode in eerdere studies, komt dit overeen met een mediane opvolging van 3,4 jaar (spreiding: 8,5 maanden - 5,3 jaar). Het veiligheidsprofiel gedurende deze follow-upperiode was consistent met het bekende veiligheidsprofiel van Fasenra. Pediatrische patiënten Er zijn beperkte gegevens bij pediatrische patiënten. Er waren 108 adolescenten van 12 tot en met 17 jaar met astma die deelnamen aan de fase 3-studies (studie 1: n=53, studie 2: n=55). Van hen kregen er 46 placebo, 40 kregen benralizumab elke 4 weken voor de eerste 3 doses, gevolgd door elke 8 weken, en 22 kregen benralizumab elke 4 weken. Adolescente patiënten van 12 tot en met 17 jaar (n=86) uit studie 1 en 2 zetten de behandeling met benralizumab in studie 4 voort gedurende maximaal 108 weken. De bij adolescente patiënten waargenomen frequentie, type en ernst van bijwerkingen waren vergelijkbaar met die bij volwassenen.

4.3 Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

Zwangerschap Er is een beperkte hoeveelheid gegevens (minder dan 300 zwangerschapsuitkomsten) over het gebruik van benralizumab bij zwangere vrouwen. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Monoklonale antilichamen, zoals benralizumab, passeren lineair de placenta naarmate de zwangerschap vordert. Daarom is mogelijke blootstelling van de foetus waarschijnlijk groter gedurende het tweede en derde trimester van de zwangerschap. Als voorzorgsmaatregel heeft het de voorkeur het gebruik van Fasenra te vermijden tijdens de zwangerschap. Toediening aan zwangere vrouwen dient alleen overwogen te worden als het verwachte voordeel voor de moeder groter is dan elk mogelijk risico voor de foetus. Borstvoeding Het is niet bekend of benralizumab of de metabolieten ervan bij mensen of dieren in de moedermelk worden uitgescheiden. Een risico voor pasgeborenen/zuigelingen kan niet worden uitgesloten. Er moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Fasenra moet worden gestaakt dan wel niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen. Vruchtbaarheid Er zijn geen gegevens over de vruchtbaarheid bij de mens. Uit dieronderzoek is geen nadelig effect van benralizumab op de vruchtbaarheid gebleken (zie rubriek 5.3).

4.2 Dosering en wijze van toediening De behandeling met Fasenra moet worden gestart door een arts die ervaring heeft met de diagnose en behandeling van aandoeningen waarvoor benralizumab is geïndiceerd (zie rubriek 4.1). Na de juiste training in de subcutane injectietechniek en voorlichting over tekenen en symptomen van overgevoeligheidsreacties (zie rubriek 4.4), kunnen patiënten of zorgverleners Fasenra toedienen, als hun arts bepaalt dat dit passend is en er geen bekende voorgeschiedenis van anafylaxie is, met waar nodig medische follow-up. Het zelf toedienen kan alleen worden overwogen bij patiënten die al ervaring hebben met de behandeling met Fasenra.

Dosering Fasenra is bestemd voor langdurige behandeling. Er dient minstens jaarlijks beslist te worden of de therapie dient te worden voortgezet op basis van de ernst van de ziekte, de mate waarin de ziekte onder controle is en het aantal eosinofielen in het bloed. Astma De aanbevolen dosering van benralizumab is 30 mg via subcutane injectie elke 4 weken voor de eerste 3 doses en daarna elke 8 weken. EGPA De aanbevolen dosering van benralizumab is 30 mg via subcutane injectie elke 4 weken. Voor patiënten bij wie levensbedreigende verschijnselen van EGPA optreden, moet worden nagegaan of voortzetting van de behandeling noodzakelijk is, aangezien Fasenra bij deze populatie niet is onderzocht. Gemiste dosis Als een injectie op de geplande datum wordt gemist, moet de dosering zo snel mogelijk worden hervat volgens het aangegeven doseringsregime. Er mag geen dubbele dosis worden toegediend. Ouderen Er is geen dosisaanpassing nodig bij oudere patiënten (zie rubriek 5.2). Nier- en leverinsufficiëntie Er is geen dosisaanpassing nodig voor patiënten met nier- of leverinsufficiëntie (zie rubriek 5.2). Pediatrische patiënten De veiligheid en werkzaamheid van Fasenra bij kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 tot en met 17 jaar met astma zijn niet vastgesteld. De momenteel beperkte gegevens bij kinderen van 6 tot en met 11 jaar oud en gegevens bij adolescenten van 12 tot en met 17 jaar worden beschreven in rubrieken 4.8, 5.1 en 5.2, maar er kan geen doseringsadvies worden gegeven. De veiligheid en werkzaamheid van Fasenra bij kinderen jonger dan 6 jaar met astma zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar. De veiligheid en werkzaamheid van Fasenra bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar met EGPA zijn niet vastgesteld. Wijze van toediening Dit geneesmiddel wordt toegediend als een subcutane injectie. Dit middel moet worden geïnjecteerd in de dij of buik. Als de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg of zorgverlener de injectie toedient, kan de bovenarm ook worden gebruikt. Het mag niet worden geïnjecteerd in gebieden waar de huid gevoelig is, blauwe plekken heeft, erythemateus of verhard is. Uitgebreide instructies voor toediening met de voorgevulde spuit/voorgevulde pen zijn te vinden in de 'Gebruiksaanwijzing'.

CNK 4996369
Organisaties BV Orifarm Healthcare
Actieve ingrediënten benralizumab