Itraconazol AB 100mg Harde Caps 28 X 100mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Itraconazol AB 100mg Harde Caps 28 X 100mg

  € 20,77

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 5,09 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 3,06 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 20,77
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Kruisovergevoeligheid Er is beperkte informatie omtrent kruisovergevoeligheid tussen itraconazol en andere antimycotica met azolestructuur. Men dient met de nodige voorzorgen Itraconazol AB 100 mg voor te schrijven aan patiënten met een overgevoeligheid aan andere azoles. Effecten op het hart In een studie met Itraconazol I.V. bij gezonde vrijwilligers werd een tijdelijke, asymptomatische vermindering van de ejectiefractie van het linker ventrikel waargenomen, die verdween voor de volgende infusie. De klinische relevantie van deze bevindingen met de orale vorm is niet gekend. Itraconazol blijkt een negatief inotroop effect te hebben en is geassocieerd met meldingen van congestief hartfalen. Hartfalen werd vaker vermeld in spontane meldingen bij een totale dagelijkse dosis van 400 mg dan bij lagere doseringen, wat doet vermoeden dat het risico van hartfalen kan toenemen met de totale dagelijkse dosis itraconazol. Itraconazol AB 100 mg mag niet worden gebruikt bij patiënten met congestief hartfalen of bij patiënten met een voorgeschiedenis van congestief hartfalen tenzij de voordelen duidelijk opwegen tegen de risico's. Bij deze individuele afweging van de voordelen en de risico's moet rekening gehouden worden met factoren zoals de ernst van de indicatie, het doseringsschema (bijv. de totale dagelijkse dosis), en de individuele risicofactoren voor congestief hartfalen. Deze risicofactoren zijn hartaandoeningen, zoals ischemische en valvulaire aandoeningen, significante pulmonaire aandoeningen, zoals chronisch obstructieve pulmonaire aandoening, nierfalen en andere oedematische stoornissen. Dergelijke patiënten dienen geïnformeerd te worden over de tekenen en symptomen van congestief hartfalen, ze moeten met voorzichtigheid worden behandeld en moeten tijdens de behandeling gevolgd worden op tekenen en symptomen van congestief hartfalen; indien dergelijke tekenen en symptomen optreden gedurende de behandeling moet met Itraconazol AB 100 mg gestopt worden. Calciumkanaalblokkers kunnen negatieve inotrope effecten hebben, additioneel aan die van itraconazol. Bovendien kan itraconazol de afbraak van calciumkanaalblokkers remmen. Daarom is voorzichtigheid vereist bij gelijktijdige toediening van itraconazol en calciumkanaalblokkers door een verhoogd risico op congestief hartfalen (zie rubriek 4.5). Effecten op de lever Zeer zeldzame gevallen van ernstige hepatotoxiciteit, waaronder sommige gevallen van fataal acuut leverfalen, zijn opgetreden bij het gebruik van Itraconazol AB. De meeste gevallen van ernstige hepatotoxiciteit traden op bij patiënten met een bestaande leveraandoening, die behandeld werden voor systemische indicaties, aan andere ernstige aandoeningen leden en/of andere hepatotoxische geneesmiddelen innamen. In enkele gevallen betrof het patiënten zonder bestaande leveraandoening. Sommige van deze gevallen werden waargenomen binnen de eerste maand van de behandeling, en sommige ervan binnen de eerste week. Het volgen van de leverfunctie dient overwogen te worden bij patiënten die behandeld worden met Itraconazol AB 100 mg. Er moet patiënten verteld worden dat ze hun arts onmiddellijk op de hoogte moeten brengen van tekenen en symptomen die hepatitis doen vermoeden zoals anorexie, misselijkheid, braken, vermoeidheid, buikpijn of donkere urine. Bij deze patiënten moet de behandeling onmiddellijk gestopt worden en de leverfunctie moet getest worden. Verminderde leverfunctie Beperkte gegevens zijn beschikbaar over het gebruik van oraal itraconazol bij patiënten met een afgenomen leverfunctie. Men dient voorzichtig te zijn bij toediening van dit geneesmiddel aan deze patiëntenpopulatie. Aanbevolen wordt om patiënten met een afgenomen leverfunctie die itraconazol gebruiken, zorgvuldig te monitoren. Als men beslist om een therapie in te stellen met andere geneesmiddelen die door CYP3A4 worden gemetaboliseerd, wordt aanbevolen rekening te houden met de verlengde eliminatiehalfwaardetijd van itraconazol, waargenomen in de studie met eenmalige orale toediening van itraconazol capsules, hard bij patiënten met cirrose (zie rubriek 5.2). Bij patiënten met verhoogde of abnormale leverenzymwaarden of een actieve leveraandoening, of bij patiënten die een levertoxiciteit hebben doorgemaakt door het gebruik van andere geneesmiddelen, wordt behandeling met Itraconazol AB ten stelligste afgeraden, tenzij er een ernstige of levensbedreigende situatie is waarbij het mogelijk voordeel opweegt tegen het risico. Het wordt aangeraden de leverfunctie regelmatig te controleren bij patiënten die itraconazol gebruiken en reeds bestaande leverfunctieafwijkingen hebben of die een levertoxiciteit hebben doorgemaakt bij gebruik van andere geneesmiddelen. Verminderde zuurtegraad van de maag Omdat de absorptie van itraconazol uit Itraconazol AB 100 mg, harde capsules is verminderd als de zuurtegraad van de maag is verlaagd, mogen zuurneutraliserende geneesmiddelen (bijv. aluminiumhydroxide) ten vroegste 2 uur na de Itraconazol AB 100 mg inname worden toegediend. Bij patiënten met een verminderde zuurtegraad van de maag, ofwel door ziekte (bijv. patiënten met achloorhydrie) ofwel door gelijktijdige medicatie (bijv. patiënten die geneesmiddelen innemen die de zuurtegraad van de maag verminderen), en bij sommige aidspatiënten, patiënten in behandeling met inhibitoren van de maagzuursecretie (zoals H2-antagonisten, protonpomp inhibitoren) en patiënten met pernicieuze anemie wordt aanbevolen om Itraconazol AB 100 mg, harde capsules met een zure drank in te nemen (zoals non-diet cola toe te dienen. De antimycotische activiteit moet gemonitord worden en de dosis van itraconazol moet worden verhoogd als dat noodzakelijk wordt geacht (zie rubrieken 4.5 en 5.2). Pediatrische patiënten Klinische gegevens over het gebruik van Itraconazol AB 100 mg, harde capsules bij pediatrische patiënten zijn beperkt. Het gebruik van Itraconazol AB capsules, hard wordt niet aangeraden bij pediatrische patiënten, tenzij is vastgesteld dat het verwachte voordeel opweegt tegen de mogelijke risico's. Ouderen Er zijn slechts in beperkte mate klinische gegevens over het gebruik van Itraconazol AB 100 mg bij oudere patiënten. Het wordt aangeraden Itraconazol AB 100 mg, harde capsules alleen bij oudere patiënten te gebruiken als vastgesteld is dat het mogelijke voordeel opweegt tegen de mogelijke risico's. In het algemeen wordt aanbevolen bijzondere aandacht te besteden aan de dosiskeuze bij een oudere patiënt, waarbij rekening wordt gehouden met de hogere frequentie van een verminderde lever-, nier- of hartfunctie en met een gelijktijdige aandoening of andere medicamenteuze therapie (zie rubriek 4.4). Verminderde nierfunctie Er zijn beperkte gegevens beschikbaar omtrent het gebruik van oraal Itraconazol AB 100 mg bij patiënten met nierinsufficiëntie. Er werd een grote interindividuele variatie in de plasmaconcentratie waargenomen bij deze patiënten (zie rubriek 5.2). De blootstelling aan itraconazol kan lager zijn bij sommige patiënten met nierinsufficiëntie. Toediening van Itraconazol AB 100 mg aan deze patiëntengroep dient dan ook met de nodige voorzichtigheid te gebeuren en een aanpassing van de dosis of overschakeling naar een alternatief antischimmelmiddel kan worden overwogen op basis van een evaluatie van de klinische werkzaamheid. Itraconazol AB 100 mg is niet dialyseerbaar. Gehoorverlies Tijdelijk of permanent gehoorverlies werd gerapporteerd bij patiënten die itraconazol nemen. Verschillende van deze meldingen bevatten een gelijktijdige toediening met kinidine welke gecontraïndiceerd is (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Het gehoorverlies verdwijnt doorgaans na stopzetting van de behandeling maar kan blijvend zijn bij sommige patiënten. Immunogecompromitteerde patiënten Bij sommige immunogecompromitteerde patiënten (bijv. neutropenie, aids of getransplanteerde patiënten) kan de orale biologische beschikbaarheid van Itraconazol AB 100 mg, harde capsules verlaagd zijn. Patiënten met onmiddellijk levensbedreigende systemische schimmelinfecties Door de farmacokinetische eigenschappen (zie rubriek 5.2) is Itraconazol AB 100 mg niet aangewezen voor de behandeling van patiënten met onmiddellijk levensbedreigende systemische schimmelinfecties. Aidspatiënten Bij aidspatiënten die een behandeling gekregen hebben voor systemische schimmelinfecties zoals sporotrichose, blastomycose, histoplasmose of cryptococcose (meningaal of non-meningaal) en die een risico hebben op relaps, dient de behandelende arts de noodzaak voor een onderhoudstherapie te beoordelen. Cystische fibrose Door een hoge variabiliteit tussen de patiënten onderling bereikten de itraconazolconcentraties niet altijd de therapeutische drempel bij de proefpersonen met cystische fibrose. Wanneer een patiënt met cystische fibrose niet reageert op Itraconazol AB 100 mg, harde capsules moet daarom worden overwogen om over te schakelen op een alternatieve antischimmelbehandeling. Neuropathie Indien neuropathie die kan toegewezen worden aan het gebruik van Itraconazol AB 100 mg, harde capsules optreedt, dient de behandeling te worden stopgezet. Stoornissen van de koolhydraatstofwisseling Dit geneesmiddel bevat sucrose: patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase/isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Kruisresistentie In het geval dat er bij systemische candidose vermoeden is van fluconazol-resistente stammen van Candida�species, kan niet worden aangenomen dat deze gevoelig zijn voor itraconazol. Derhalve dient de gevoeligheid getest te worden voordat met de itraconazolbehandeling wordt gestart. Uitwisselbaarheid Het is niet aanbevolen Itraconazol AB 100 mg, harde capsules en Itraconazol drank onderling te verwisselen. De reden hiervan is dat de blootstelling aan het geneesmiddel hoger is met de drank dan met de harde capsules wanneer dezelfde dosis van het geneesmiddel wordt gegeven. Mogelijk interacties Gelijktijdige toediening van specifieke geneesmiddelen met itraconazol kan leiden tot de veranderingen in de werkzaamheid of veiligheid van itraconazol en / of het gelijktijdig toegediende geneesmiddel. Zo kan het gebruik van itraconazol met CYP3A4-inducerende middelen leiden tot sub-therapeutische plasmaconcentraties van itraconazol en derhalve tot falen van de behandeling. Daarnaast kan het gebruik van itraconazol met sommige CYP3A4 substraten leiden tot verhoogde plasmaconcentraties van deze geneesmiddelen en tot ernstige en/of potentieel levensbedreigende bijwerkingen, zoals QT-verlenging en ventriculaire tachyaritmieën, inclusief voorvallen van 'torsade de pointes', een potentieel dodelijke aritmie. De voorschrijver moet refereren naar de productinformatie van het gelijktijdig toegediende geneesmiddel voor verdere informatie over ernstige of levensbedreigende bijwerkingen die kunnen optreden in geval van verhoogde plasmaconcentraties voor dat geneesmiddel. Voor aanbevelingen over de gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die gecontra-indiceerd zijn, die niet worden aangeraden of die met voorzichtigheid gebruikt moeten worden in combinatie met itraconazol, zie rubrieken 4.3 en 4.5.

  • Behandeling van volgende mycotische infecties
    • Vulvovaginale candidose, pityriasis versicolor, dermatomycosen, mycotische keratitis, orale candidose en onychomycose
    • Systemische aspergillosis en candidiasis, cryptococcosis (inclusief cryptococcus meningitis), histoplasmosis, sporotrichosis, paracoccidioidomycosis, blastomycosis en penicilliosis
    • Onderhoudstherapie bij AIDS patiënten om recidief van schimmelinfecties te voorkomen
    • Profylaxe van schimmelinfecties bij immunodeficiënte patiënten met neutropenie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is itraconazol. Eén capsule bevat 100 mg itraconazol.

De andere stoffen in dit middel zijn suikerkorrels (bevatten sucrose, maïszetmeel en gezuiverd water), poloxamer 188, hypromellose. Samenstelling van de capsules: titaniumdioxide (E171), indigokarmijn (E132), quinolinegeel (E104), gezuiverd water, gelatine.

Gebruik Itraconazol AB niet als u bepaalde geneesmiddelen gebruikt of als u deze wilt gebruiken binnen de 2 weken nadat u gestopt bent met Itraconazol AB harde capsules. De volgende lijst bevat voorbeelden van geneesmiddelen die u niet samen met Itraconazol AB mag innemen, of binnen de 2 weken nadat u gestopt bent met Itraconazol AB harde capsules:

Geneesmiddelen om problemen van het hart, het bloed of de bloedsomloop te behandelen

  • aliskiren, eplerenon, lercanidipine of nisoldipine (tegen een hoge bloeddruk)

  • bepridil, ivabradine of ranolazine (tegen angina (pijn op de borst))

  • dabigatran of ticagrelor (tegen bloedklonters)

  • disopyramide, dofetilide, dronedaron of kinidine (tegen een onregelmatige hartslag)

  • finerenon (tegen nierproblemen bij patiënten met type 2 diabetes)

  • lomitapide, lovastatine of simvastatine (om cholesterol te verlagen)

  • sildenafil (tegen pulmonale arteriële hypertensie (te hoge bloeddruk in de bloedvaten van de longen))

Geneesmiddelen om maagproblemen of constipatie te behandelen

  • cisapride (tegen maagklachten)

  • domperidon (tegen misselijkheid en braken)

  • naloxegol (tegen verstopping, veroorzaakt door de inname van opioïde pijnstillers)

Geneesmiddelen om hoofdpijn, slaapproblemen of geestelijke gezondheidsproblemen te behandelen

  • dihydro-ergotamine of ergotamine (ergotalkaloïden gebruikt tegen migraine)

  • midazolam (ingenomen via de mond) of triazolam (gebruikt om u te kalmeren of beter te laten slapen)

  • lurasidon, pimozide, quetiapine of sertindol (tegen schizofrenie, bipolaire stoornis of andere geestelijke gezondheidsproblemen)

Geneesmiddelen om urineproblemen te behandelen

  • darifenacine (tegen urine-incontinentie)

  • fesoterodine of solifenacine (tegen een geïrriteerde blaas) als het wordt gebruikt bij patiënten met bepaalde nier- of leverproblemen

Geneesmiddelen om allergieën te behandelen

  • astemizol, mizolastine of terfenadine (tegen allergieën)

Geneesmiddelen om erectie- en ejaculatieproblemen te behandelen

  • avanafil (tegen erectiestoornissen)

  • dapoxetine (tegen vroegtijdige zaadlozing)

  • vardenafil (tegen erectiestoornissen) als het wordt gebruikt bij mannen ouder dan 75 jaar

Andere geneesmiddelen die de volgende stof bevatten:

  • colchicine (tegen jicht) als het wordt gebruikt bij patiënten met nier- of leverproblemen

  • ergometrine (ergonovine) of methylergometrine (methylergonovine) ergotalkaloïden gebruikt na de bevalling

  • eliglustat (tegen de ziekte van Gaucher) als het wordt gebruikt bij patiënten die bepaalde geneesmiddelen niet in hun lichaam kunnen afbreken

  • halofantrine (tegen malaria)

  • irinotecan (tegen kanker)

  • isavuconazol (tegen schimmelinfecties)

  • ombitasvir, paritaprevir, ritonavir met of zonder dasabuvir (om hepatitis C te behandelen)

  • venetoclax (tegen chronische lymfocytaire leukemie) wanneer u net begint met venetoclax of wanneer u aan het begin van de behandeling toenemende doses inneemt

  • voclosporine (tegen lupus-gerelateerde nierproblemen)

Onthoud dat u geen van bovengenoemde geneesmiddelen mag nemen tot 2 weken na uw laatste behandeling met Itraconazol AB harde capsules.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. Stop met het gebruik van Itraconazol AB en raadpleeg onmiddellijk uw arts als u een van de volgende verschijnselen heeft:

  • Plotselinge kortademigheid, moeilijk ademhalen, een opgezet gezicht, huiduitslag, jeuk (in het bijzonder over het hele lichaam) of een ernstige huidaandoening met blaarvorming en schilfering van de huid.

  • Ernstig gebrek aan eetlust, misselijkheid, braken, ongewone vermoeidheid, buikpijn, geelzucht, donkere urine en bleke stoelgang. Dit kunnen symptomen zijn van ernstige leverproblemen.

Informeer uw arts ook onmiddellijk als u één van de onderstaande bijwerkingen heeft:

  • Symptomen die lijken op hartfalen, zoals kortademigheid, onverwachte gewichtstoename, zwellen van de benen, ongebruikelijke moeheid, vaak 's nachts wakker worden.

  • Een tintelend gevoel, gevoeligheid voor licht, een verdoofd gevoel of zwakheid van de armen of benen.

  • Troebel zien/dubbel zien, tuitende oren, uw plas niet kunnen ophouden of vaker moeten plassen.

  • Als u symptomen van gehoorverlies ervaart.

Andere bijwerkingen zijn:

Vaak voorkomende bijwerkingen (komen voor bij 1 op de 10 tot 100 patiënten):

  • Hoofdpijn

  • Buikpijn, misselijkheid

Soms voorkomende bijwerkingen (komen voor bij 1 op de 100 tot 1.000 patiënten):

  • Sinusitis (ontsteking van de kaak- of voorhoofdsholte), bovenste luchtweginfectie, verkoudheid

  • Overgevoeligheid

  • Diarree, braken, verstopping (constipatie), verteringsmoeilijkheden, winderigheid

  • Afwijkende leverfunctie

  • Netelroos, huiduitslag, jeuk

  • Menstruatiestoornissen

Zelden voorkomende bijwerkingen (komen voor bij 1 op de 1.000 tot 10.000 patiënten):

  • Te weinig witte bloedcellen in het bloed

  • Serumziekte, ernstige overgevoeligheidsreacties

  • Te veel triglyceriden in het bloed

  • Beven, tintelingen, verminderde gevoeligheid, smaakstoornissen

  • Gezichtsstoornissen (waaronder wazig zicht en dubbel zien)

  • Tijdelijk of blijvend gehoorverlies, tuitende oren

  • Benauwdheid door hartfalen

  • Ontsteking van de pancreas

  • Ernstige levertoxiciteit, te hoog bilirubinegehalte in het bloed

  • Uitgebreide huiduitslag met schilferende huid en blaren in de mond, op de ogen en geslachtsdelen of huiduitslag met talrijke kleine puistjes of blaren.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor de actieve substantie of één van de andere stoffen die in dit geneesmiddel zitten.

Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6 van deze bijsluiter. U kunt overgevoeligheid herkennen aan

bijvoorbeeld huiduitslag, jeuk, kortademigheid en/of een opgezet gezicht. Als u hiervan last krijgt, stop

dan met Itraconazol AB en raadpleeg uw arts.

  • Als u zwanger bent (tenzij uw arts weet dat u zwanger bent en hij/zij beslist dat u Itraconazol AB nodig

hebt).

  • Als u in de vruchtbare leeftijd bent en zwanger zou kunnen geraken dient u de nodige

anticonceptieve maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat u niet zwanger raakt terwijl u dit

geneesmiddel inneemt. Omdat Itraconazol AB nog enige tijd in het lichaam blijft nadat u stopt met

de inname, moet u anticonceptie verder gebruiken tot uw volgende maandstonden nadat uw

behandeling met Itraconazol AB werd beëindigd.

  • Als u een aandoening heeft die hartfalen genoemd wordt (ook congestief hartfalen of CHF

genoemd), aangezien Itraconazol AB deze aandoening kan verergeren. Als uw arts beslist dat u

Itraconazol AB moet innemen, zelfs indien u deze aandoening heeft, zoek dan onmiddellijk

medische hulp indien u kortademig wordt of indien er onverwachte gewichtstoename, zwelling in de

benen of ongewone vermoeidheid optreedt, of indien u 's nachts begint wakker te worden.

Vertel het uw arts als u andere geneesmiddelen gebruikt, voordat u Itraconazol AB capsules gebruikt.

Gebruik Itraconazol AB niet als u bepaalde geneesmiddelen gebruikt of als u deze wilt gebruiken binnen de 2

weken nadat u gestopt bent met Itraconazol AB harde capsules.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Itraconazol AB 100 mg mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, behalve in levensbedreigende gevallen waarbij het mogelijke voordeel voor de moeder groter is dan de mogelijke schade voor de foetus (zie rubriek 4.3). In dieronderzoek heeft itraconazol reproductietoxiciteit vertoond (zie rubriek 5.3). Er is beperkte informatie over het gebruik van Itraconazol AB 100 mg tijdens zwangerschap. Tijdens post�marketing ervaring werden gevallen van congenitale afwijkingen gerapporteerd. Deze gevallen betroffen misvormingen van het skelet en het genito-urinair kanaal, cardiovasculaire en oftalmologische misvormingen alsook chromosomale en multiple afwijkingen. Er werd geen causaal verband aangetoond met het gebruik Itraconazol AB 100 mg. Epidemiologische gegevens met betrekking tot de blootstelling aan Itraconazol AB 100 mg gedurende het eerste trimester van de zwangerschap (meestal bij patiënten die een korte-termijn behandeling kregen voor vulvovaginale candidose) toonden geen verhoogd risico aan voor misvormingen ten opzichte van een controlegroep die niet werd blootgesteld aan gekende teratogenen.

Vrouwen in de vruchtbare leeftijd Vrouwen in de vruchtbare leeftijd die Itraconazol AB 100 mg krijgen, dienen anticonceptieve maatregelen te treffen. Effectieve anticonceptie dient te worden voortgezet tot de volgende menstruatie na het eind van de behandeling met Itraconazol AB 100 mg.

Borstvoeding Itraconazol wordt in zeer kleine hoeveelheden uitgescheiden in de moedermelk. Bij vrouwen die borstvoeding geven, moeten de mogelijke voordelen van Itraconazol AB dus afgewogen worden tegen het mogelijke risico. In geval van twijfel mag de patiënte geen borstvoeding geven.

Vruchtbaarheid Er zijn geen klinische studies uitgevoerd naar het effect op mannelijke en vrouwelijke vruchtbaarheid. Resultaten van dieronderzoek duiden niet op beïnvloeding van fertiliteit (zie rubriek 5.3).

Lokale mycosen

  • Vulvovaginale candidose: 2 capsules (200 mg) 's morgens en 2 capsules (200 mg) 's avonds gedurende 1 dag
  • Pityriasis versicolor: 2 capsules (200 mg), éénmaal per dag, gedurende 7 dagen
  • Tinea corporis, tinea cruris: 2 capsules (200 mg), éénmaal per dag, gedurende 7 dagen
  • Tinea pedis, tinea manus: 2 capsules (200 mg), tweemaal per dag, gedurende 7 dagen
  • Orale candidose: 1 capsule (100 mg), éénmaal per dag, gedurende 15 dagen
  • Mycotische keratitis: 2 capsules (200 mg), éénmaal per dag, gedurende 21 dagen
  • Onychomycose: de 1ste week 2 capsules, 2 maal per dag, vervolgens een geneesmiddelenvrij interval van 3 weken

Systemische mycosen

  • Aspergillosis: 200 mg, 1 x per dag
  • Candidiasis: 100 à 200 mg, 1 x per dag
  • Cryptococcosis (uitz. c. meningitis): 200 mg, 1 x per dag
  • Cryptococcosis meningitis: 200 mg, 2 x per da
  • Histoplasmosis: 200 mg, 1 à 2 x per da
  • Sporotrichosis: 100 mg, 1 x per da
  • Paracoccidioidomycosis: 100 mg, 1 x per da
  • Chromomycosis: 100 à 200 mg, 1 x per da
  • Blastomycosis: 100 mg,1 x per dag OF 200 mg, 2 x per dag
  • Infecties met Penicillium marneffii: 200 mg, 2 x per dag
  • Profylaxis bij neutropenie: 200 mg, 1 x per dag
  • Onderhoudsbehandeling bij AIDS-patiënten: 200 mg, 1 x per dag

Toedieningswijze

  • Direct na een volledige maaltijd innemen.
CNK 2442168
Organisaties Aurobindo
Merken Aurobindo
Breedte 83 mm
Lengte 108 mm
Diepte 45 mm
Hoeveelheid verpakking 28
Actieve ingrediënten itraconazol
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)