Lidocaine Aguett. 20mg/ml Sol Inj Voorg.sp.10x5ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Lidocaine Aguett. 20mg/ml Sol Inj Voorg.sp.10x5ml

  € 49,95

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 49,95 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 49,95 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Lidocaïne moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met:  epilepsie: patiënten met epileptische hersenaandoeningen moeten zeer nauwlettend onder toezicht worden gehouden op manifestatie van symptomen van het centrale zenuwstelsel. Ook lage doses lidocaïne kunnen verhoogde convulsieve gereedheid veroorzaken;  nier- of leverinsufficiëntie;  myasthenia gravis;  hartgeleidingssysteemblok doordat lokale anesthetica atrioventriculaire geleiding kunnen onderdrukken;  een verminderde cardiovasculaire functie;  bradycardie;  ademhalingsdepressie;  de oudere en over het algemeen verzwakte patiënten;  coagulopathie of behandeling met anticoagulantia (bijvoorbeeld heparine), NSAID's of plasmasubstituten omdat onbedoelde schade aan bloedvaten kan leiden tot ernstige bloedingen. Een onbedoelde intravasculaire toediening of een overdosering kunnen hoge bloedconcentraties lidocaïne veroorzaken die verantwoordelijk zijn voor acute centrale zenuwstelsel- en cardiovasculaire toxische symptomen. Accidentele intravasculaire injecties in de hoofd- en nekgebieden kunnen zelfs aan lage doses cerebrale symptomen veroorzaken.

Voorzichtigheid is ook geboden als het lokale anestheticum moet worden geïnjecteerd in ontstoken (geïnfecteerd) weefsel vanwege een verhoogde systemische absorptie als gevolg van een hogere bloedstroom en een verminderd effect als gevolg van de lagere pH van geïnfecteerd weefsel. Na het op de markt brengen, zijn er enkele gevallen van chondrolyse gemeld bij patiënten die postoperatief een intra-articulaire continue infusie van lokale anesthetica ontvingen. De meerderheid van de gerapporteerde gevallen van chondrolyse had betrekking op het schoudergewricht. Vanwege meerdere bijdragende factoren en inconsistentie in de wetenschappelijke literatuur met betrekking tot het werkingsmechanisme, kon de causaliteit niet vastgesteld worden. Paracervicaal blok kan soms foetale bradycardie of tachycardie veroorzaken en zorgvuldig toezicht van de foetale hartfrequentie is noodzakelijk (zie rubriek 4.6). Na het verwijderen van de tourniquet na intraveneuze regionale anesthesie (IVRA) is er een verhoogd risico op bijwerkingen. De tourniquet mag niet worden losgemaakt binnen 20 minuten na de injectie. Dit geneesmiddel bevat natrium. Lidocaine Aguettant 10 mg/ml Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol (23 mg) natrium per voorgevulde spuit van 5 ml, d.w.z. dat het in wezen "natrium-vrij" is. Dit geneesmiddel bevat 1,2 mmol (28 mg) natrium per voorgevulde spuit van 10 ml, wat gelijk is aan 1,4% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g natrium voor een volwassene. Lidocaine Aguettant 20 mg/ml Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol (23 mg) natrium per voorgevulde spuit van 5 ml of 10 ml, d.w.z. dat het in wezen "natrium-vrij"

Lidocaine Aguettant 10 mg/ml is geïndiceerd voor: - lokale anesthesie en periferezenuwblokkering bij volwassenen en kinderen ouder dan 2 jaar, - intraveneuze regionale anesthesie voor de bovenste ledematen bij volwassenen. Lidocaine Aguettant 20 mg/ml is geïndiceerd voor: - lokale anesthesie en periferezenuwblokkering bij volwassenen, - intraveneuze regionale anesthesie voor de bovenste ledematen bij volwassenen.

Farmacodynamische interacties Klasse I anti-aritmica Gelijktijdige toediening van lidocaïne en andere klasse I anti-aritmica moet worden vermeden vanwege het risico op ernstige cardiale bijwerkingen. Andere anti-aritmica Als lidocaïne wordt gecombineerd met andere anti-aritmische geneesmiddelen zoals bèta�receptorblokkers of calciumkanaalblokkers, kan de remmende werking op atrioventriculaire en intraventriculaire geleiding en op samentrekbaarheid worden versterkt. Combinatie met andere lokale anesthetica Combinatie van verschillende lokale anesthetica kan leiden tot een cumulatieve werking op het cardiovasculaire en het centrale zenuwstelsel. Spierverslappers De werking van spierverslappers (bijvoorbeeld suxamethonium) wordt door lidocaïne verlengd. Sedativa, hypnotica Lidocaïne moet met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten die sedativa krijgen die ook de functie van het centraal zenuwstelsel beïnvloeden en daarom de toxiciteit van lidocaïne kunnen veranderen. Er kan een cumulatieve werking zijn tussen de lokale anesthetische werking en sedativa of hypnotica. Vluchtige anesthetica Als lidocaïne en vluchtige anesthetica gelijktijdig worden gegeven, kan de depressieve werking van beide worden versterkt. Geneesmiddelen die de convulsiedrempel kunnen verlagen Aangezien lidocaïne zelf de convulsiedrempel kan verlagen, kan gelijktijdige toediening met andere geneesmiddelen die de convulsiedrempel verlagen (bijvoorbeeld tramadol of bupropion) het risico op epileptische aanvallen verhogen. Geneesmiddelen die de convulsiedrempel kunnen verhogen Gelijktijdig toegediend met diazepam verhoogt de drempel voor lidocaïne om convulsies te veroorzaken. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het controleren van patiënten op tekenen van toxiciteit van lidocaïne. Vasoconstrictoren: De lokale anesthetische werking wordt verlengd door de combinatie met een vasoconstrictor, zoals adrenaline. Als lidocaïne wordt toegediend als anti-aritmicum, kan extra medicatie met adrenaline of noradrenaline leiden tot versterking van de ongewenste cardiale neveneffecten. Farmacokinetische interacties Lidocaïne wordt voornamelijk gemetaboliseerd via de cytochroom P450 iso-enzymen CYP3A4 en CYP1A2 (zie rubriek 5.2). Gelijktijdige toediening van werkzame stoffen die substraten, remmers of induceerders van leverenzymen zijn, iso-enzymen CYP3A4 en CYP1A2, kan een invloed hebben op de farmacokinetiek van lidocaïne en dus ook op de werking ervan. CYP3A4- en/of CYP1A2-remmers Gelijktijdige toediening van lidocaïne met CYP3A4- en/of CYP1A2-remmers kan leiden tot versnelde plasmaconcentraties van lidocaïne. Verhoogde plasmaspiegels zijn gemeld met bijvoorbeeld:  Amiodaron (CYP3A4-remmer): Amiodaron verlaagt het levermetabolisme van lidocaïne, wat leidt tot het risico op verhoging van lidocaïne-niveaus, met daaropvolgende toename van neurologische en cardiovasculaire toxiciteit. Klinisch toezicht, EKG en uiteindelijk controle van de plasmaconcentratie van lidocaïne zijn noodzakelijk. Indien nodig moet de dosering van lidocaïne worden gecontroleerd tijdens en na de behandeling met amiodaron.  Cimetidine (CYP3A4 en CYP1A2-remmer): Cimetidine gebruikt in doses gelijk aan of hoger dan 800 mg/dag: verhoging van de plasmaconcentratie van lidocaïne met een daaropvolgende toename van neurologische en cardiovasculaire toxiciteit. Klinisch onderzoek, EKG en uiteindelijk controle van de plasmaconcentratie van lidocaïne zijn noodzakelijk. Indien nodig moet de dosering van lidocaïne onder toezicht worden gehouden tijdens en na de behandeling met cimetidine.  Fluvoxamine (CYP3A4- en CYP1A2-remmer): Verhoging van lidocaïne-niveaus, waardoor het risico op neurologische en cardiovasculaire toxiciteit wordt verhoogd. Klinisch toezicht, EKG en uiteindelijk controle van de plasmaconcentratie van lidocaïne zijn noodzakelijk. Indien nodig moet de dosering van lidocaïne onder toezicht worden gehouden tijdens en na de behandeling.  Bètablokkers (behalve esmolol): Lidocaïne intraveneus: verhoging van lidocaïne-niveaus, met daaropvolgende toename van neurologische en cardiovasculaire toxiciteit. Klinisch toezicht, EKG en uiteindelijk controle van de plasmaconcentratie van lidocaïne zijn noodzakelijk. Indien nodig moet de dosering van lidocaïne onder toezicht worden gehouden tijdens en na de behandeling met bètablokkers.  Andere bekende CYP3A4-remmers: proteaseremmers (bijvoorbeeld ritonavir), macrolidenantibiotica (bijvoorbeeld erythromycine), antischimmelmiddelen (bijvoorbeeld ketoconazol, itraconazol).  Andere bekende CYP1A2-remmers: ciprofloxacine. Inductoren van CYP3A4 en/of CYP1A2 Werkzame stoffen die CYP3A4 en/of CYP1A2 induceren, zoals barbituraten (voornamelijk fenobarbital), carbamazepine, fenytoïne of primidon, versnellen de plasmatische klaring van lidocaïne en verminderen zo de werkzaamheid van lidocaïne. Andere farmacokinetische interacties Geneesmiddelen die het metabolisme, de doorbloeding van de lever, het hartminuutvolume of de perifere verdeling van lidocaïne veranderen, kunnen de plasmaspiegels van lidocaïne beïnvloeden. Geneesmiddelen die hypokaliëmie veroorzaken De elektrofysiologische werking van lidocaïne is in hoge mate afhankelijk van de extracellulaire kaliumconcentratie en kan bijna volledig worden geblokkeerd door hypokaliëmie. Gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die ernstige hypokaliëmie kunnen veroorzaken (zoals acetazolamide, lisdiuretica en thiaziden) dient daarom te worden vermeden of gebruikt te worden onder zorgvuldige controle van de serumkaliumconcentratie.

4.8 Bijwerkingen Samenvatting van het veiligheidsprofiel De frequentie en ernst van de bijwerkingen van lidocaïne hangen af van de dosis, de wijze van toediening en de individuele gevoeligheid van de patiënt. Wanneer er geen sprake is van een overdosis, een abnormale snelle systemische absorptie of accidentele intravasculaire injectie, zijn de bijwerkingen die verband houden met lokale anesthetica zeldzaam, maar ze kunnen zeer ernstig zijn, in het bijzonder voor de cardiale en neurologische functie. Bijwerkingen die worden veroorzaakt door lidocaïne kunnen moeilijk te onderscheiden zijn van de fysiologische effecten van het zenuwblok (bijvoorbeeld hypotensie, bradycardie), aandoeningen die rechtstreeks (bijvoorbeeld neurologische laesies) of onrechtstreeks worden veroorzaakt door naaldpunctie. Na de toediening van lidocaïne kunnen symptomen van lokale toxiciteit optreden. Systemische bijwerkingen kunnen worden verwacht bij plasmaconcentraties van lidocaïne van meer dan 5-10 mg/l. Ze manifesteren zich in de vorm van zowel CZS-symptomen als cardiovasculaire symptomen. De mogelijke bijwerkingen na toediening van lidocaïne als lokaal anestheticum zijn grotendeels hetzelfde als deze die veroorzaakt worden door andere lokale anesthetica van het amidetype. Lijst van bijwerkingen in tabelvorm De bijwerkingen die in dit gedeelte worden vermeld, vallen onder de volgende frequentiecategorieën: Zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100 tot <1/10); soms (≥1/1.000 tot <1/100); zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). De volgende tabel vermeldt de bijwerkingen die verband houden met het gebruik van lidocaïne als anestheticum. Systeemorgaan klasse Zeer vaak Vaak Soms Zelden Zeer zelden Frequentie niet bekend Bloed- en lymfestelselaan�doeningen Methemo�globinemie Immuunsys�teemaandoenin�gen allergische reactie*, anafylactoïde reacties, bronchospas�men en in ernstige gevallen anafylactische shock Zenuwstelsel�aandoeningen Paresthe�sie, verlies van bewustzijn Voorbij�gaande neurolo�gische sympto�men. Neuropathie, convulsies (overdosis), aanhoudende anesthesie, parese, hoofdpijn vergezeld van tinnitus en fotofobie. Craniale zenuwlaesies, neurosensori�sche doofheid. Regionale toepassingen in het thoracale of hoofd/nekge�bied kunnen sympathische blokkade veroorzaken, resulterend in voorbijgaande symptomen zoals het syndroom van Horner of het Harlekijnsyn�droom. Systeemorgaan klasse Zeer vaak Vaak Soms Zelden Zeer zelden Frequentie niet bekend Hartaandoenin�gen Bradycar�die Aritmie, myocardiale depressie of mogelijk hartstilstand (overdosis of onbedoelde intravasculaire injectie) Oogaandoenin�gen Dubbel zien Ademhalings�stelsel-, borstkas- en mediastinum�aandoeningen Ademhalings�depressie Bloedvataan�doeningen Hypoten�sie, hyperten�sie Maagdarmstel�selaandoenin�gen Misselijkheid Braken Huid- en onderhuidaan�doeningen Uitslag, urticaria, oedeem * Huidtesten op allergie voor lidocaïne worden niet als betrouwbaar beschouwd Pediatrische patiënten Frequentie, type en ernst van bijwerkingen bij kinderen zullen naar verwachting dezelfde zijn als bij volwassenen. Andere speciale patiëntengroepen Bij oudere patiënten kan de incidentie van bijwerkingen toenemen. Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten www.fagg.be Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be e-mail: adr@fagg-afmps.be

4.3 Contra-indicaties  Overgevoeligheid voor de werkzame stof, lokale anesthetica van het amidetype of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

Zwangerschap Er zijn geen geschikte gegevens over het gebruik van lidocaïne bij zwangere vrouwen. Lidocaïne passeert de placenta (zie rubriek 5.2). Men kan aannemen dat een groot aantal zwangere vrouwen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd lidocaïne heeft gekregen. Er zijn tot nu toe geen specifieke stoornissen in het voortplantingsproces gerapporteerd, zoals geen verhoogde incidentie van misvormingen of rechtstreeks of onrechtstreeks effect op de foetus. De risico's voor de mens zijn echter niet volledig onderzocht. Dieronderzoeken hebben reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). De baten-risicoverhouding van kortdurend gebruik tijdens de zwangerschap en bij de bevalling moet zorgvuldig worden beoordeeld. Paracervicale blokkade of pudendablokkade met lidocaïne verhoogt het risico op reacties zoals bradycardie/tachycardie bij de foetus. Het is daarom noodzakelijk om de hartslag van de foetus zorgvuldig te controleren. Borstvoeding Lidocaïne wordt in kleine hoeveelheden uitgescheiden in menselijke moedermelk. Het is onwaarschijnlijk dat lidocaïne een schadelijk effect heeft op de zuigeling bij gebruik aan de aanbevolen doses. Borstvoeding kan daarom worden voortgezet tijdens de behandeling met lidocaïne. Vruchtbaarheid Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van lidocaïne op de vruchtbaarheid.

4.2 Dosering en wijze van toediening Lidocaine Aguettant mag alleen worden gebruikt door of onder toezicht van artsen met ervaring op het gebied van anesthesie en reanimatie. Bij het toedienen van anesthetica moeten reanimatiefaciliteiten beschikbaar zijn. De dosis moet worden aangepast aan de reactie van de patiënt, de plaats van toediening en de verwachte duur van de chirurgische ingreep. Men moet de laagste concentratie en de kleinste dosis geven die het vereiste effect produceert. Volwassenen  Lokale anesthesie en periferezenuwblokkering Voor infiltratie-anesthesie en periferezenuwblokkering is de gebruikelijke totale dosering lidocaïne 3- 5 mg/kg. In het algemeen mag de maximale aanbevolen totale dosis lidocaïne niet hoger zijn dan 200 mg, maar afhankelijk van de procedure en patiëntfactoren, kunnen hogere maximale doses nodig zijn. Het volume van de gebruikte oplossing speelt een rol bij de grootte van het verspreidingsgebied van de anesthesie. Bij intraveneus gebruik om pijn veroorzaakt door geneesmiddelen bij injectie te voorkomen, moet lidocaïne worden toegediend in een dosis van 10 tot 40 mg via een korte bolus voorafgaand aan de pijnlijke procedure. In dit geval vertegenwoordigt de toegediende dosis een volume van minder dan de helft van de voorgevulde spuit van 10 ml. Het overtollige geneesmiddel moet vóór de injectie uit de 10 ml spuit worden verwijderd. Kleinere spuiten, die geschikter zijn voor toediening van de aanbevolen dosering, moeten overwogen worden.  Intraveneuze regionale anesthesie (IVRA) voor de bovenste ledematen De gebruikelijke totale dosering lidocaïne is 3 mg/kg, Afhankelijk van de procedure en patiëntfactoren, moet 100-200 mg gebruikt worden. De maximale enkelvoudige dosis mag niet hoger zijn dan 200 mg en 3 mg/kg. De farmaceutische vorm (voorgevulde spuit) wordt niet geschikt geacht voor IVRA van de onderste ledematen.

Speciale patiëntengroepen Ouderen Voor oudere patiënten worden de doses individueel berekend op basis van de leeftijd en het lichaamsgewicht van de patiënt. Doses moeten mogelijk worden aangepast, aangezien het hartminuutvolume en de leverbloedstroom afnemen bij hogere leeftijd, wat een verminderde klaring van lidocaïne tot gevolg kan hebben (zie rubriek 5.2). Patiënten met een nierfunctiestoornis Patiënten moeten onder toezicht worden gehouden omdat een verminderde nierfunctie toxische effecten kan veroorzaken als gevolg van de accumulatie van actieve metabolieten (zie rubrieken 4.4 en 5.2). De dosis moet mogelijk worden aangepast vanwege een verminderde klaring en een langere halfwaardetijd van lidocaïne. Patiënten met een leverfunctiestoornis De dosis moet mogelijk worden gehalveerd bij patiënten met hart- of leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.4). Patiënten met een hartinsufficiëntie De dosis moet mogelijk worden gehalveerd bij patiënten met hart- of leverinsufficiëntie (zie rubriek 4.4). Andere speciale patiëntengroepen Doses moeten mogelijk worden verlaagd bij patiënten bij wie de algemene conditie verminderd is of bij patiënten met een verminderd eiwitbindingsvermogen (bijvoorbeeld in geval van nierinsufficiëntie, leverinsufficiëntie, kanker of zwangerschap). Pediatrische patiënten Lidocaine Aguettant 20 mg/ml mag niet worden gebruikt bij kinderen en jongeren onder de 18 jaar wegens veiligheidsbezwaren betreffende toxische reactie (zie rubrieken 4.8 en 4.9).  Lokale anesthesie en periferezenuwblokkering Kinderen en jongeren (2-18 jaar) Voor infiltratie-anesthesie en periferezenuwblokkering worden de doseringen individueel berekend op basis van de leeftijd, het lichaamsgewicht van de patiënt en de aard van de procedure. De gebruikelijke dosering voor kinderen (2-11 jaar) en jongeren (12-18 jaar) is 3-4 mg/kg lichaamsgewicht. Voor de berekening moet voor kinderen met overgewicht het gemiddelde leeftijdsgewicht worden overwogen. De toegediende dosering kan een volume van minder dan een halve spuit van 10 ml vertegenwoordigen. De vereiste dosering moet worden berekend en het overtollige geneesmiddel moet voorafgaand aan injectie bij het kind uit de spuit van 10 ml worden gespoten. Voor de resterende dosis in de spuit wordt langzame incrementele injectie aanbevolen. Het gedrag van het kind moet tijdens de behandeling zorgvuldig opgevolgd worden. Kinderen jonger dan 2 jaar Lidocaine Aguettant mag niet worden gebruikt bij kinderen jonger dan 2 jaar gezien de veiligheid en werkzaamheid niet zijn vastgesteld.

Bij intraveneus gebruik om pijn veroorzaakt door geneesmiddelen bij injectie te voorkomen, is de dosering voor jongeren (12-18 jaar) dezelfde als voor volwassenen. Lidocaine Aguettant mag niet intraveneus worden gebruikt bij kinderen jonger dan 12 jaar wegens veiligheidsbezwaren betreffende toxische reactie (zie rubrieken 4.8 en 4.9).  Intraveneuze regionale anesthesie (IVRA) voor de bovenste ledematen Lidocaine Aguettant mag niet worden gebruikt bij kinderen en jongeren onder de 18 jaar wegens veiligheidsbezwaren betreffende toxische reactie (zie rubrieken 4.8 en 4.9). Wijze van toediening De wijze van toediening varieert volgens de procedure. Lidocaine Aguettant kan toegediend worden via intraveneuze injectie (intraveneus gebruik) of via infiltratie-injectie (intradermaal, subcutaan of submucosaal gebruik) in de buurt van perifere zenuwen. Lidocaine Aguettant is een voorgevulde spuit die klaar voor gebruik is en die niet is ontworpen voor gebruik met een elektronische spuitpomp. Intraveneuze regionale anesthesie (IVRA) Een juiste tourniquettechniek specifiek voor de extremiteiten is essentieel bij het uitvoeren van intraveneuze regionale anesthesie.

CNK 4894796
Organisaties Aguettant
Actieve ingrediënten lidocaïne hydrochloride
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)